Mensen tellen

Posted on Posted in Kerk

Numeri 26:1-2 Toen de ziekte voorbij was, zei de Heer tegen Mozes en Eleazar, de zoon van de priester Aäron: 2″Tel het hele volk Israël. Tel per familie alle mannen van 20 jaar en ouder. Dus alle mannen die met het leger kunnen meegaan.”

In onze kerkdiensten tellen we elke zondag hoeveel mensen er zijn gekomen. Hoeveel kinderen, hoeveel volwassenen. Dit doen we ook bij conferenties, gebedsavonden, Bijbelstudies, en zelfs in Connectgroepen.

Een uitspraak die je wel eens hoort is dan: “Waarom tellen jullie mensen, het gaat toch niet om de kwantiteit? Jullie zijn toch geen bedrijf?”.

Ons antwoord is: “We tellen mensen, omdat mensen tellen.” Dit is geen leuke slagzin (hoewel hij leuk is), maar dit zien we ook overal in de Bijbel:

  • Het volk Israël wordt door Mozes geteld. Om precies te zijn: alle mannen. Om nog preciezer te zijn: alle mannen van 20 jaar en ouder.
  • Jezus had 12 discipelen. Geen 11, geen 13.
  • De discipelen vingen precies 153 vissen, toen zij het net aan de andere kant van de boot uitwierpen in navolging van wat Jezus zei (Joh. 21).
  • De Heilige Geest werd uitgestort op 120 mensen die samenkwamen.
  • etc.

Wanneer je echt om mensen geeft, dan wil je weten hoe het met mensen gaat. Dan wil je niemand achterlaten, niemand vergeten.

Wanneer mijn zoon op schoolreisje gaat dan wordt het aantal leerlingen vooraf én achteraf geteld: 22, om te voorkomen dat iemand mist.

Wij zijn de kerk. Wij zijn niet op schoolreis maar op een eeuwige reis.

Daarom tellen we. Want jij telt mee.

Tel je mee?